september 2013

dinsdag 4 december 2012

Beleving verkeersonveiligheid van ouders meer verklarend dan schaalvergroting

Verkeersonveiligheid is een subjectief begrip. Hoewel het verkeer steeds drukker is geworden, nam het aantal dodelijke ongevallen met kinderen tussen de 5 en 14 jaar de afgelopen tien jaar geleidelijk af. In 1990 kwamen er nog 85 kinderen om in het verkeer, in 1999 was dit teruggelopen tot 61 en in 2009 was dit 35. Hetzelfde geldt voor het aantal kinderen dat zwaar of licht gewond raakte. Ook hier zien we een langzame afname. Maar ook al vertellen de statistieken dat het verkeer veiliger wordt, ouders voelen dat absoluut niet zo. Juist omdat het verkeer als onveilig wordt gezien, worden kinderen veel vaker naar school en clubjes gebracht, of mogen ze alleen onder toezicht buiten spelen (Verkeersveiligheid en zelfstandige mobiliteit van kinderen, Montanus, M. 2010).

De afname van het aantal kinderen dat naar de basisschool fietst, komt niet door de schaalvergroting. Een plausibeler verklaring is dat ouders het verkeer onveilig vinden. Die negatieve beleving kan leiden tot een negatieve spiraal: omdat ouders de situatie onveilig vinden, brengen steeds meer ouders hun kinderen met de auto naar school. Waardoor nog meer ouders de situatie onveilig vinden. Met als gevolg dat nog meer ouders hun kinderen per auto naar school brengen…

Kinderen doen steeds minder verkeerservaring op 
Doordat kinderen steeds minder (zelfstandig) deelnemen aan het verkeer blijft o.a. de fietsvaardigheid achter. Uit onderzoek van VVN blijkt dat 13% van de scholen vanwege de achterblijvende fietsvaardigheid niet deelneemt aan het fietsexamen. Ook van de scholen die wél meedoen aan het praktisch Verkeersexamen geeft bijna één op de tien aan dat de kinderen niet kunnen fietsen of te weinig fietservaring hebben. Ter vergelijking: in 2008 was dat nog 4% en in 2009 al 9%. Kinderen die beschikken over weinig fietsvaardigheid en verkeerservaring hebben moeite met zich veilig te gedragen in het verkeer en lopen een groter risico wanneer ze naar de (vaak verder weg gelegen) middelbare school gaan. 
Bron: VVN

Afb. 6. Mortaliteit van kinderen, bron: SWOV (2009)
               Klik op afbeelding om te vergroten

In de ongevallencijfers zien we dat oudere kinderen een groter risico lopen dan jonge kinderen. Met name op de fiets lopen ze een hoger risico. Voor alle vervoerswijzen samen valt er per miljard reizigerskilometers onder kinderen van 0-5 jaar één dode. Onder de 6-11-jarigen zijn dit er 1,8 en onder de 12-14-jarigen 3,7 (periode 2005-2007). In absolute aantallen ligt het grootste veiligheidsprobleem bij kinderen in de groep fietsers van 10-14 jaar.

Afb. 7. Verkeersdoden onder kinderen. Bron: SWOV, 2009)
      Klik op afbeelding om te vergroten
Dit komt vooral doordat ze op die leeftijd vaker zelfstandig als fietser aan het verkeer deelnemen. Bron: Factsheet verkeersveiligheid kinderen SWOV 2009.

Maar mogelijk speelt ook een afnemende vaardigheid in het verkeer een rol, doordat ze op basisschoolleeftijd (te) weinig gefietst of gelopen hebben in het verkeer.


Om kinderen beter beslagen op de fiets te laten is het belangrijk om ze op jonge leeftijd verkeerservaring op te laten doen en ze te leren hoe zich veilig moeten gedragen in het verkeer.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen